Zonder zender geen dialoog

Ik wil het even opnemen voor een woord in diskrediet. Het woord zenden.
Een woord dat tegenwoordig wordt uitgesproken alsof het een vieze  bijsmaak heeft. Maar is dat terecht?

Ook vóór internet slingerde de reclamewereld heen en weer tussen periodes waarin dan weer het merk centraal stond en periodes waarin vooral de doelgroep zingend en dansend voorbij trok. Dat laatste ging doorgaans  sneller vervelen dan het eerste.
Of zoals een doodgeknuffelde jonge consument het onlangs nog treffend zei: wie ik zelf ben weet ik wel, ik wil weten wie de adverteerder is.
Doorvertaald naar het dagelijks leven: iemand die nooit luistert is vervelend, maar iemand die alleen maar luistert en nooit iets over zichzelf vertelt krijgt iets glibberigs. Zenden maakt kwetsbaarder dan luisteren. En zenders zijn nodig om de wereld kleur te geven.

Michelangelo , Picasso, Monet , Warhol, de Kooning, Beethoven, Bach ,Mozart, the Beatles, the Stones, Garcia Marquez, Stendhal, Thomas Mann, Harry Mulisch, Steven Spielberg, Hitchcock, Chaplin, Kubrick, Quentin Tarantino,
En ook, jawel, Coca Cola, Apple,Nike,Heinz, Unox, Sony, BMW.
Je haat ze, of je hebt ze lief. Omdat ze ergens voor staan. En als ze er niet zouden zijn, hadden we ook geen consumentenbond, geen filmrecensenten, geen kunstcritici en geen ingezonden brievenschrijvers.

Ofwel zonder zenders valt er ook niks te luisteren, niks te zien, niks te reageren. Of te tweepuntnullen en te twitteren. Zonder zenders is het leven maar kaal, ook digitaal. Lang leve de zenders.